In september doe ik dit al drie jaar. Drie jaar code reviews, stand-ups, pull requests, productiebugs die je ‘s nachts wakker houden en gesprekken die beginnen met: “Dus, ik keek naar je code…” Drie jaar dingen leren waarvan ik niet wist dat ik ze nodig zou hebben. In teams die ik nog niet kende, met tools die ik nog nooit had aangeraakt.

En ik heb nog steeds geen duidelijk antwoord op wanneer ik gestopt ben met junior te zijn.

De vraag waar niemand me voor gewaarschuwd heeft

Als je aan je eerste job begint, voelt het label junior tijdelijk. Iets wat je draagt tot je genoeg weet. Daarna trek je het uit en krijg je een nieuw label: medior. Senior. Of wat daarna ook komt.

Wat niemand je vertelt, is dat je die verschuiving nooit echt voelt gebeuren. Je wordt niet op een ochtend wakker en denkt: ah ja, vandaag ben ik geen junior developer meer. Je brein stuurt je geen notificatie. Er verschijnt geen achievement. Geen badge unlock.

Je gaat gewoon verder. En op een dag stelt iemand je een vraag en antwoord je zonder eerst Stack Overflow te openen. Niemand wijst dat moment aan. Je merkt het pas wanneer het al voorbij is.

Vier projecten, dezelfde angst

Ik ben consultant. Dat betekent dat ik niet in één team blijf. Ik wissel. Nieuwe klant, nieuw team, nieuwe codebase, nieuwe tools, een nieuwe eigenzinnige Confluence-setup… noem maar op. Ik ben ondertussen aan mijn vierde project bezig.

En er is iets dat ik graag wil zeggen. Elke keer opnieuw was ik bang voor ik begon. Dat soort bang waarbij je denkt: *dit team gebruikt tools die ik nog nooit heb gezien. Deze stack ziet er helemaal anders uit dan de vorige. Deze mensen hebben jaren context die ik niet heb. Wat als ik niet kan volgen?

Vier projecten. Vier keer exact dezelfde angst. Maar ook vier keer hetzelfde resultaat. Het was oké.

Niet “oké” in de zin van: ik had alles door in de eerste week. Wel “oké” omdat ik de juiste vragen stelde. Omdat ik de documentatie las. Omdat ik dingen eerst veilig stukmaakte voordat ik ze ergens belangrijk stukmaakte. En ergens rond week drie of vier stopte ik met mezelf af te vragen of ik kon volgen. Ik was gewoon bezig.

Dat is misschien wel het patroon dat ik nooit had zien aankomen. Niet dat de angst verdwijnt. Maar dat je ondertussen weet hoe snel je kunt leren.

Wat ik eigenlijk geleerd heb in drie jaar

Niet zozeer een lijst technologieën. Ook niet een stapel certificaten.

Vooral dit. Hoe je van nul begint en sneller nuttig wordt dan je zelf verwacht. Hoe je in een onbekende codebase toch de draad vindt die alles logisch maakt. Hoe je een vraag stelt op een manier die een echt antwoord oplevert, in plaats van alleen maar: “Check de docs.” Hoe je voelt wanneer je nog twintig minuten zelf moet zoeken, en wanneer het slimmer is om hulp te vragen.

En hoe groot het verschil is tussen: “Ik weet dit nog niet.” en “Ik ga dit nooit alleen uitzoeken.”

Die tweede categorie blijkt veel kleiner te zijn dan ik vroeger dacht.

Het labelprobleem

Wat me stoort aan het hele junior/medior/senior-verhaal, is dat het voelt alsof het een ladder is die je één keer beklimt. Alsof er ergens een versie van jezelf bestaat die nergens meer onzeker over is. Die nooit meer van nul moet beginnen.

Ik denk niet dat die versie bestaat. Wat volgens mij wél verandert, is je relatie met die onzekerheid.

Een junior ziet een nieuwe tool en denkt: “Ik hoop dat ze niet merken dat ik dit nog nooit gebruikt heb.” Iemand met meer ervaring kijkt naar dezelfde tool en denkt: “Oké. Hoe lang gaat het duren voor ik hier comfortabel mee ben?”

De tool is dezelfde. De vraag is anders. Je leert niet vertrouwen op wat je al weet. Je leert vertrouwen op het feit dat je al vaker iets volledig nieuws hebt geleerd. Ik heb dat ondertussen vier keer gedaan.

Het bewijs begint zich langzaam op te stapelen.

September

In september doe ik dit drie jaar. Ik weet nog altijd niet welk label daarbij hoort. En eerlijk gezegd denk ik niet dat het me nog zoveel uitmaakt als vroeger.

Wat ik wél weet, is dat ik enorm veel geleerd heb. Meer dan ik had verwacht. En meer dan ik mezelf soms krediet voor geef.

En elke keer dat ik met die vertrouwde knoop in mijn maag een nieuw team binnenstapte, wist er ergens diep vanbinnen al iets, dat het goed zou komen. Zelfs als ik dat op dat moment het zelf nog niet geloofde. Misschien is dat uiteindelijk wat ervaring is.

Niet dat de onzekerheid verdwijnt. Maar dat het ophoudt met het luidste geluid in de kamer te zijn. Vraag het me over drie jaar nog eens.