Week 3 – Niets Zal Ingestort Zijn
Ik was deze week verkouden.
Niet echt erg. Het soort verkoudheid waar ik normaal gewoon doorheen werk: iets nemen tegen de hoofdpijn, toch gaan werken en de dag doorkomen.
Deze keer ben ik niet gegaan. En dat verraste me een beetje.
Het was eigenlijk niet de verkoudheid. Het was de gedachte aan alles rond de werkdag: de wekker, de pendel, gaan zitten voor alweer een dag waarin alles dringend is, waarin elk ticket belangrijk is omdat er deadlines en budgetten achter zitten.
Zelfs wanneer het werk zelf vaak klein, routineus of repetitief is.
Ergens tussen de wekker en het idee van de pendel had mijn lichaam er gewoon geen zin meer in.
Niet op een dramatische manier. Gewoon een stille weigering.
Alles Is Dringend
Er is een bepaalde druk in softwareontwikkeling die moeilijk precies te benoemen is.
Elk ticket heeft een prioriteit. Elke deadline telt. Elke bug hangt samen met iets anders dat ervan afhangt. De backlog is altijd vol, de sprint is altijd krap en ergens wacht er altijd wel iemand op iets.
Zelfs wanneer mensen proberen de druk laag te houden, zit ze al in het werk zelf. Budgetten hangen af van oplevering. Systemen moeten blijven draaien. Een klein probleem op de verkeerde plaats kan snel groter worden.
Het creëert een constante, lage achtergrondspanning van urgentie.
Een collega gebruikte deze week het woord burnout. Ik weet niet of dat het is. Ik weet ook niet of ik dat woord wel mag gebruiken, of dat het zelfs de juiste manier is om ernaar te kijken.
Wat ik wel weet is dit: op een bepaald moment begon ik het gewicht van die urgentie te voelen zonder altijd nog de betekenis erachter te voelen.
In werkelijkheid is wat we bouwen belangrijk, maar zelden op een manier waarbij iemands leven ervan afhangt. Als een systeem een uur plat ligt is dat frustrerend en duur, maar het is geen ramp.
En toch kan het werk soms aanvoelen alsof het nooit mag stoppen, alsof elk probleem onmiddellijk opgelost moet worden.
Wat Een Verkoudheid Laat Zien
Een lichte verkoudheid zou normaal geen reden zijn om thuis te blijven. Rationeel weet ik dat ook.
Maar misschien dacht mijn lichaam daar anders over. Of misschien had een deel van mij gewoon een reden nodig om even te stoppen.
Ik heb geen mooie conclusie. Ik ga niet zeggen dat ik nu balans gevonden heb of dat ik plots beter voor mezelf zorg.
Ik merkte gewoon iets deze week.
Morgen zal de backlog er nog steeds zijn. Er zal niets ingestort zijn.
Het zal gewoon verder blijven gaan zonder mij.
Dat doet het altijd.
Misschien is dat iet om te onthouden.